2001 - Notatiesystemen voor de stad

…Waar de hierboven beschreven werken ruimtevullend zijn en de bezoeker dwingend tot participant maken, zo lijkt een werk van Scheerhoorn in Stichting Niggendijker wat meer vanuit de ooghoeken aanwezig. In februari-maart 2001 wordt hij uitgenodigd deel te nemen aan een groepstentoonstelling rond het thema ‘Notatiesystemen voor de stad’: een tentoonstelling waarin beeldend kunstenaars aandacht schenken aan de banale, alledaagse werkelijkheid van de straat.

Typerend voor Scheerhoorn is dat hij meteen besluit het hele gebouw, terwijl hij officieel maar een paar vierkante meter tot zijn beschikking heeft, in zijn plan mee te nemen. Alle, rond de twintig, hoge ramen van het voormalige schoolgebouw waar het kunstinitiatief in is gevestigd gaan als drager van zijn werk fungeren. Scheerhoorn heeft meermalen gezegd met zijn werk een schilderkunstige sfeer te willen oproepen. De beschouwer zou zich volgens hem opgenomen moeten voelen in een schilderij. Was dit streven in zijn vroegere werk goed voelbaar, in zijn latere werk is er een wat lichtere schilderkunstige ademhaling voelbaar.

In Niggendijker keert hij echter onomwonden terug naar dit uitgangspunt. De ramen worden aan de buitenzijde met een dikke laag lijnolie ingesmeerd, zodat al het vuil van de straat zich hierop ongelimiteerd kan afzetten.

De bezoekers van Niggendijker kunnen in alle vrijheid door het gebouw lopen, maar wanneer ze naar buiten kijken zien ze maar een zeer gereduceerde weergave van de werkelijkheid buiten de deur. Zowel de lijnolie, als het aanwassende vuil op de ramen maken de ervaring van de buitenwereld tot een abstractie, overigens met alle esthetische implicaties van dien.

Het sterke aan deze ingreep is dat door de suggestie van het afgesloten zijn van de buitenwereld het ruimtebesef binnen wordt uitgebreid. Ook het gefilterde licht dat door de smoezelige ramen naar binnen valt wakkert dit aan.

Elk raam in deze ruimte lijkt als een schilderij te gaan functioneren en hier arriveert Scheerhoorn dan op het punt dat hij met een absoluut minimum aan middelen een groot gebouw tot een bewustwordingsplek voor schilderkunstige dimensies weet te transformeren…

David Stroband.